Langs de randen van de (rechts)staat – Uitnodiging voor de Jaarconferentie van de VSR op 16 en 17 januari 2014

De Jaarconferentie van de VSR met als titel ‘Langs de randen van de (rechts)staat’ zal plaatsvinden op 16 en 17 januari 2014 en wordt gehouden in Kasteel Oud Poelgeest te Leiden (http://www.oudpoelgeest.nl).

Ondanks economische crisis, toenemende maatschappelijke onrust en steeds scherpere kritiek van publieke intellectuelen blijft het neoliberalisme onverminderd dominant in de organisatie van staat, economie en maatschappij. Binnen de westerse welvaartsstaat zien we een terugtredende nationale overheid, die steeds minder in staat is en ook lijkt te willen zijn om maatschappelijke taken te vervullen en processen te reguleren. Deze worden aan internationale of transnationale organisaties overgedragen, maar ook aan sub-nationale overheden. Zo worden inhoud en grenzen van milieubeleid bijvoorbeeld vooral in Brussel vastgesteld en komt de sociale zekerheid steeds meer bij de gemeenten terecht – zonder dat de nationale overheid bereid lijkt daar voldoende middelen voor te verschaffen. Verder doet de staat in toenemende mate hiervoor een beroep op het maatschappelijk middenveld en individuele burgers. Dit geldt niet alleen voor gebieden als zorg, volksgezondheid en volkshuisvesting, maar zelfs voor een traditionele staatstaak als veiligheid, wat fundamentele vragen oproept over het geweldsmonopolie van de staat als basis van het strafrechtelijk systeem.

Deze ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor het recht, zoals bij afgelopen VSR-jaarconferenties op verschillende manieren aan de orde is gesteld. Het recht is in toenemende mate complex, transnationaal en gefragmenteerd geraakt. Het is steeds moeilijker voor juristen het recht nog als eenheidssysteem op te vatten en voor nationale staten om greep te houden op de rechtsontwikkeling. Het paradoxale is dat die terugtredende nationale staat dat tot op zekere hoogte toch wil, vooral omdat zij vaak door de burger verantwoordelijk wordt gehouden voor problemen in de taakuitvoering en zich niet blijkt te kunnen verschuilen achter bijvoorbeeld een falende EU, een stuntelende gemeente of een speculerende woningcorporatie. De eerdergenoemde taakverschuiving is daarom gevolgd door complexe structuren van overheidsregulering die de nationale overheid toch de mogelijkheid moeten geven om datgene te kunnen controleren waar ze af moest of wilde. De beschikbaarheid van nieuwe technologieën bevordert dit proces. Zelf gecontroleerd worden vindt die nationale overheid overigens vaak wat minder, zoals blijkt uit het verschijnsel dat sommige Europese regeringen opzettelijk beleid voeren dat in strijd is met het EVRM en er op speculeren dat de rechtsgang naar Straatsburg toch jaren duurt. Door dit alles komt de professionele autonomie van het recht onder druk, raken staat en maatschappij steeds meer vervlochten en komt de machtenscheiding in toenemende mate in het geding.

Een interessant fenomeen is dat het neoliberalisme in ontwikkelingslanden een vergelijkbare invloed heeft, maar dat de uitgangspunten sterk verschillen. Hier gaat het niet om welvaartsstaten, maar om staten in opbouw, die vaak grote moeite hebben een basisfunctie als het verstrekken van veiligheid te waarborgen en die altijd al een sterk gefragmenteerd rechtssysteem hebben gekend. Dit heeft ertoe geleid dat maatschappelijke organisaties van allerlei snit, vaak met een etnische of religieuze achtergrond, overheidstaken vervullen. ‘Governance’ in plaats van ‘government’ heeft daarmee al heel lang in veel van deze landen een belangrijke rol gespeeld en de scheiding tussen staat en maatschappelijk middenveld is dun. Dit heeft sommige wetenschappers er toe gebracht om het begrip ‘stateness’ te introduceren: organisaties die formeel-juridisch niet tot de staat behoren vervullen wel statelijke functies en worden ook gezien en behandeld alsof ze tot de staat behoren (Lund 2006). Desondanks houden veel – waarschijnlijk de meeste – burgers onverminderd vast aan het idee dat de staat de belangrijkste rol zou moeten spelen in het verstrekken van die voorzieningen. In landen met een zekere mate van democratie en een opkomende middenklasse hebben zij ook de middelen om invloed uit te oefenen. Het lijkt er op alsof er een convergentie plaats vindt; niet in de zin dat ontwikkelingslanden steeds meer worden als de moderne westerse staat, maar dat beiden naar elkaar toe groeien.

Deze ontwikkelingen roepen allerlei vragen op. In hoeverre is het onderscheid tussen ontwikkelingslanden en ‘ontwikkelde’ landen inderdaad aan het verdwijnen? Wat betekenen deze veranderingen voor de rol van juristen, zowel die in de rechtspraktijk werkzaam zijn als wetenschappers? Zien we dat de aard van de controle door rechter en andere instanties verandert, bijvoorbeeld een toenemende rol voor Ombudsman-achtige instanties? Zien we een wereldwijde tendens van een overheid die steeds minder sturend optreedt, maar eerder als bemiddelaar tussen verschillende belangen in geval van concrete conflicten? En wat betekenen de nieuwe praktijken voor de legitimiteit van ‘street level bureaucrats?

Wij nodigen u uit om workshops te organiseren die bij dit thema en zulke vragen aansluiten, maar natuurlijk zijn ook andere workshops van harte welkom. Aanmeldingen, ideeën en suggesties kunnen per mail worden gestuurd aan a.w.bedner@law.leidenuniv.nl.

Verder zal de jaarvergadering op dezelfde leest zijn geschoeid als de voorgaande jaren en zullen wij u spoedig informeren over de centrale gastspreker en het panel ter afsluiting.

Hartelijke groet,

Adriaan Bedner, Maartje van der Woude en Marjolein Odekerken

Dit document is ook in Word beschikbaar: Uitnodiging VSR Jaarconferentie 2014

(Referentie) Lund, Christian. “Twilight institutions: public authority and local politics in Africa.” Development and Change 37.4 (2006): 685-705.

Advertenties
%d bloggers liken dit: